0

Winkelwagen

Bekijken Sluiten
Uw winkelmand is leeg

home expositiefeitengeschiedenis

Geschiedenis

Nederland ligt voor een belangrijk deel onder zeeniveau. Toen tienduizend jaar geleden de ijstijd eindigde, steeg de zeespiegel en ontstond de Noordzee. Het land was onbewoonbaar en ontwikkelde zich pas na vele eeuwen tot veenmoeras.

De strijd tegen het water
Vanaf het moment dat de eerste bewoners zich in Nederland vestigden, begon de strijd tegen het water. Deze mensen gingen wonen op de hoge strandwallen, waar ze leefden van de jacht, de visserij en bescheiden landbouw. Ze bouwden vliedbergen, waarop ze vluchtten bij hoogwater. Pas bij de komst van de Romeinen verschenen de eerste echte waterbouwkundige werken in ons land. Zij bouwden - weliswaar niet in het deltagebied - de eerste dam, in het Rijndal, nabij Kleef. En ze groeven de eerste kanalen, zoals bijvoorbeeld de Vliet bij Voorburg, die Oude Rijn en Schie met elkaar verbindt.

Het weren van de zee
Het duurde tot omstreeks de tiende eeuw voordat de bewoners overgingen tot het weren van de zee: de eerste dijken verschenen langs de kusten, simpele lage kaden, vervaardigd met behulp van spaden en manden en bezwijkend bij iedere serieuze aanval van het water.
Door bedijkingen, waarvoor met name de kloosters zich inzetten, ontstond overtollig binnenwater dat afgevoerd moest worden. Aanvankelijk werden uitwateringssluizen gemaakt om het polderwater bij laagwater te kunnen uitlaten. Toen zo'n zeshonderd jaar geleden de windmolen werd uitgevonden, konden steeds meer en diepere polders worden droog gehouden.
Overstromingen door de eeuwen heen
In de vroege Middeleeuwen boden de primitieve dijken slechts een gebrekkige bescherming tegen de zee. Geen eeuw ging voorbij of het land werd getroffen door overstromingen. Tussen 1000 en 1953 waren er 111 zware en minder zware overstromingen in West-Nederland.
In de negentiende eeuw werden de dijken beter en sterker door de komst van nieuwe materialen, technieken en werktuigen, zoals beton, stenenglooiingen en stoommachines. Maar de zee liet zich er niet door tegenhouden. Tot in de twintigste eeuw vonden in Nederland overstromingen plaats: in 1906, in 1916 en in 1953, toen zich in de nacht van zaterdag op zondag 1 februari de grootste watersnoodramp van de laatste eeuwen voordeed.


Stormvloeden 838 - 1916
Van een stormvloed is sprake wanneer de waterstand door de wind wordt opgestuwd tot boven het grenspeil. In Zeeland ligt het grenspeil over het algemeen 1,5 meter boven gemiddeld hoogwater. In de afgelopen twee eeuwen is de Nederlandse kust vaak door overstromingen geteisterd. Een kort overzicht van de ingrijpendste stormvloeden.

26 december 838: De oudste betrouwbare melding van een grote stormvloed aan de Nederlandse kust is die van een Franse bisschop die schreef dat bijna geheel Frisia, oftewel het gehele Nederlandse kustgebied, was ondergelopen.

19 november 1404: Eerste Sint Elisabethsvloed. Grote delen van Vlaanderen en Zeeland kwamen onder water te staan. De Grote Waard verdween en zo ontstond het Hollands Diep.

18 november 1421: Tweede Sint Elisabethsvloed in Holland, Zeeland en Vlaanderen. Ontstaan van de Biesbosch.

5 november 1530: 'Sint Felix Quade Saterdach'. Grote stormvloed. De eilanden Noord-Beveland en Sint Philipsland verdwijnen.

1 november 1570: Allerheiligenvloed. Deze stormvloed veroorzaakte veel schade op de Zeeuwse eilanden.

31 juli en 4 augustus 1574: Stormvloed. Doorbraak van de Schielandse Hoge Zeedijk op zestien plaatsen.

26 januari 1682: Springvloed bij noordwesterstorm. In Zeeland overstroomden 161 polders. De eerste stormvloed waarover veel gegevens bekend zijn.

15 januari 1808: Stormvloed in Zeeland en Vlaanderen. Gevolg was een algemene dijkverhoging.

13-14 januari 1916: Stormvloed. Grote schade rond de Zuiderzee. Directe aanleiding tot Zuiderzeewerken.

1 februari 1953: Watersnoodramp of Sint Ignatiusvloed. In Nederland overstroomde een groot deel van de provincies Zeeland en West-Brabant en de Zuid-Hollandse eilanden. Hierbij verdronken meer dan 1800 mensen en veel dieren; 100.000 mensen verloren hun huis en bezittingen. Directe aanleiding tot de Deltawerken.