0

Winkelwagen

Bekijken Sluiten
Uw winkelmand is leeg

home expositiewederopbouwde deltawerkenhet deltaplan

Het Deltaplan

Een ramp zoals die van 1953 moest in de toekomst worden voorkomen. Daar was iedereen het over eens. De speciaal ingestelde Deltacommissie kwam nog in datzelfde jaar met een plan. Behalve versterking van de zeeweringen adviseerde de commissie een inkorting van de kustlijn met 700 kilometer. Uitgangspunt was: hoe korter de kust, hoe gemakkelijker de verdediging.

De Deltacommissie stelde voor de zeearmen in het deltagebied volledig af te sluiten en alle zeeweringen op de zogenoemde ‘deltahoogte' te brengen. Als uitgangspunt daarvoor gold een waterhoogte van vijf meter boven NAP bij Hoek van Holland. De kans op overstroming zou daarmee uitkomen op 1/4000 per jaar voor het deltagebied en het noorden en 1/10.000 per jaar voor de Randstad.

Alleen de Nieuwe Waterweg en de Westerschelde bleven open voor de scheepvaart in verband met de economische belangen van Rotterdam en Antwerpen. Dijken zouden hier op deltahoogte moeten worden gebracht.

De Deltawet
De Deltawet, die uit de plannen van de commissie voortvloeide, werd uiteindelijk in 1957 door het parlement aangenomen. Behalve veiligheid zou het deltaplan ook andere voordelen meebrengen: een betere waterbeheersing in een groot deel van het land, beperking van de verzilting, de komst van zoetwaterbekkens voor de watervoorziening van de landbouw, nieuwe recreatiegebieden en - over de dammen - betere verbindingen in Zuidwest-Nederland.

Deltadienst
Op 1 mei 1956 werd de Deltadienst opgericht die direct onder de hoofddirectie van Rijkswaterstaat ressorteerde. In de jaren daarna groeide deze dienst uit tot een van de grootste en meest complexe diensten die ooit binnen Rijkswaterstaat heeft gefunctioneerd. Een dienst die de algemene uitgangspunten van de Deltawet moest vertalen in technische hoogstandjes. Die bovendien de plannen continu moest kunnen aanpassen aan veranderende water- en bodemkundige, politieke of financiële factoren.

Werkgelegenheid
Het grootste deel van de Deltawerken in Zuidwest Nederland is uitgevoerd door de Deltadienst in samenwerking met vele, vele aannemers. Jarenlang hebben tienduizenden mensen werk gevonden bij de Deltawerken.

Enorme opdracht
Voor de Nederlandse waterbouwers was het Deltaplan een enorme opdracht. Geen natie ter wereld had ooit dergelijke diepe, wijde zeegaten gedicht. Eerdere ervaringen en bestaande technieken waren niet toereikend voor deze omvangrijke projecten.

In het deltagebied is het verschil tussen hoog en laag water ongeveer drie meter. Het water stroomde twee maal op een dag in en uit de zeearmen en er was sprake van sterke stromingen en grote zandverplaatsingen.
De bouwers kregen te kampen met ongunstige weersomstandigheden, waarbij Noordzeestormen sterke golfbewegingen in de mondingen teweeg brachten.

Van klein naar groot
Eén ding was duidelijk: er zouden in sneltreinvaart nieuwe technieken moeten worden ontwikkeld. De waterstaatkundigen kozen doelbewust voor het bouwen van klein naar groot, van gemakkelijk naar moeilijk. Op die manier zou het werk zelf een leerschool zijn: nieuwe technische mogelijkheden konden gaandeweg de uitvoering van het Deltaplan worden uitgeprobeerd en ontwikkeld.

Zo raakte prefabricage in zwang en nieuwe specialistische machines werden ontwikkeld. Naast de gewone caissons verschenen in 1961 doorlaatcaissons en voor het afsluiten van grote sluitgaten werd de kabelbaan met gondels bedacht. De huizenhoge betonnen caissons werden verbeterd en kunststoffen deden begin jaren zeventig hun intrede bij bodembescherming en dijkbekleding.

Waterloopkundige studies werden steeds verfijnder door laboratoriumonderzoek, de computer raakte langzamerhand ingeburgerd en meettechnieken en weersvoorspellingen werden steeds nauwkeuriger.