Brouwersdam NEW

Plaats: verbindt Goeree-Overflakkee met Schouwen-Duiveland
Bouwperiode: tussen 1962 en 1971
Lengte: 6,5 kilometer
Hoogte: 12 meter
Functie: waterkering/weg (N57)

De Brouwersdam is na de Oosterscheldekering het grootste Deltawerk. Door de aanleg van de dam is het Grevelingenmeer ontstaan.

Historie
Het doel van het Deltaplan uit 1954 was Nederland veiliger te maken tegen hoogwater vanuit zee door o.a. het verkorten van de kustlijn. De grote wateren in de Zuidwestelijke Delta werden daartoe afgesloten. Dat waren enorme projecten met tal van technische innovaties (caissons, inzet kabelbaan, afsluitbare kering Oosterschelde enz.) Bij elkaar een miljardenproject dat Nederland een stuk veiliger heeft gemaakt en een wereldwijde bekendheid geniet. De Brouwersdam verbindt Goeree-Overflakkee met Schouwen-Duiveland en sluit het Brouwershavense Gat af. Daardoor is het Grevelingenmeer ontstaan met zout water, het grootste zoutwatermeer van Europa. De dam is 6,5 kilometer lang: alleen de Oosterscheldekering is langer.

Het ontwerp
Om de eilanden te beschermen moest de Brouwersdam zo westelijk mogelijk komen te liggen. Vanaf Schouwen-Duiveland werd de dam gebouwd naar de zandplaat Middelplaat en vanaf daar via de volgende zandbank, de Kabbelaarsplaat, naar Goeree-Overflakkee. Op deze manier was de afstand tussen de Oosterscheldekering en de Brouwersdam het kleinst, wat gunstig was voor het verkeer. Het tweede voordeel was financieel van aard. Het gekozen traject was tussen de twintig en dertig procent goedkoper dan de overige alternatieven. Op 25 september 1962 werd dit traject door de overheid goedgekeurd.

Bij het ontwerp van de Brouwersdam is niet alleen rekening gehouden met waterveiligheid, maar ook met landschap en recreatie. Zo is er halverwege de dam veel ruimte gemaakt voor vakantiebungalows (Port Zélande) en zijn er stranden en een jachthaven. Ook wordt er veel aan kitesurfen en windsurfen gedaan. Tegenwoordig vindt jaarlijks op de dam Concert at Sea plaats met meer dan 40.000 bezoekers.

De bouw
In 1962 begon Rijkswaterstaat met de aanleg van de Brouwersdam. Het was een goede oefening voor de bouw van de nog complexere Oosterscheldekering.  Omdat het water tussen de beide zandbanken heel smal en ondiep was, werd besloten van de twee zandbanken één zandbank te maken. Er bleven twee gaten over: een noordelijk en een zuidelijk.

`Wist je dat?’

Wist je dat het gebruik van caissons in de waterbouw uit de Tweede Wereldoorlog stamt? Tijdens de Tweede Wereldoorlog gebruikten de geallieerden caissons als afmeer/kadevoorziening bij de invasiestranden in Normandië. Enorme betonnen gevaarten ter grootte van een flatgebouw die later ook in Zeeland zijn gebruikt, zoals bij de sluiting van de dijkgaten op Walcheren (1945) en Ouwerkerk (1953). De caissons van Ouwerkerk zijn nog goed te zien: het Watersnoodmuseum is erin gevestigd! Dat waren nog dichte caissons die moeilijk op hun juiste plaats te krijgen waren door de stroomsnelheden in een sluitgat. Nederland vervolmaakte deze techniek door doorlaatbare caissons te ontwerpen, die na het afzinken volgestort werden. Dit type caisson is ook gebruikt bij het sluiten van de Brouwersdam.

Voor het sluiten van het noordelijke gat – van de Kabbelaarsplaat naar Goeree – werden caissons gebruikt. Er werden twaalf caissons van elk 68 meter lang, 18 meter breed en ruim 16 meter hoog gebouwd, plus nog twee ‘landhoofdcaissons’. Alle caissons hadden 12 openingen van elk 5 meter breed. Tijdens de sluiting stroomde het water daar doorheen. Toen alle caissons eenmaal precies op de juiste plek lagen, werden ze afgezonken. Tijdens doodtij – als de stroming minimaal is – werden de openingen in de caissons met schuiven gesloten, waarna de holle betonnen gevaartes werden opgevuld met zand en steen. Het noordelijke gat was dicht.

Wist je dat de betonblokken die werden gestort bijna even zwaar zijn als drie kleine auto’s?  En achter elkaar gezet zouden ze een vele kilometerslange rij hebben gevormd! In het Topshuis op de Oosterscheldekering is nog een gondel aanwezig waaraan de blokken hingen. Het storten ging achter elkaar door, wat een bezoekster in die dagen de opmerking ontlokte: ‘Ik ben blij dat ze niet staken, want dat geeft me een veilig gevoel voor de komende winter (stormseizoen)’.

Omdat het zuidelijke gat – van de Middelplaat naar Schouwen – veel dieper (30 meter) was, werden uit gondels aan kabelbanen grote betonblokken in het water gestort om het gat te dichten. Zo ontstond er een ‘damlichaam’ van betonblokken. In de zuidelijke geul werden 240.000 betonblokken van elk 2,5 ton zwaar gestort. De ruimte tussen de betonblokken werd opgevuld met zand, zodat er geen water meer door het damlichaam kon stromen. De methode met betonblokken is voor het eerste toegepast bij de aanleg van de Grevelingendam. In 1971 was de dam af en sinds 1973 loopt er een verkeersweg (N57) over de dam.

Brouwersdam
Brouwersdam

Ontwikkelingen
Door de afsluiting van de zeearm verdween de eb- en vloedbeweging. In het stilgelegde Grevelingenmeer veranderde het ecosysteem en verslechterde de waterkwaliteit. Kleine schelpdieren gingen binnen een paar dagen dood en planten die afhankelijk zijn van zout water legden eveneens het loodje. Binnen een paar weken na de afsluiting dreven overal rottende planten en dieren.

Rijkswaterstaat heeft daarom in 1978 een doorlaatsluis in de dam gebouwd waardoor zeewater weer kan in- en uitstromen. De sluis bestaat uit twee betonnen kokers van elk 195 meter lang en een even lange vissluis. Schollen konden vanaf toen vanuit het Grevelingenmeer weer ongehinderd naar de Noordzee zwemmen. De oester, die er leek te zijn uitgestorven, keerde terug. De kwaliteit is verbeterd, maar in de diepere lagen van het Grevelingenmeer is zuurstofloosheid ontstaan wat slecht is voor het onderwatermilieu. De regering heeft daarom besloten om meer zeewater in te laten door openingen in de dam te maken. Zo ontstaat weer een beperkte getijwerking (ongeveer 40 centimeter) wat de waterkwaliteit ten goede komt.

`Wist je dat?’

Wist je dat je bij de sluis in de Brouwersdam heel goed zeehonden kunt spotten? Vissen weten deze opening te vinden om het Grevelingenmeer binnen te zwemmen of andersom weer naar zee. Zeehonden hebben dat ook in de gaten. Ze komen dus graag naar de sluis om een visje te verschalken!

De slikken, de grond die droogvalt in een getijdengebied, rond het Grevelingenmeer droogden echter uit door de beperkte getijden. Om verdere verdroging en verstuiving van de grond tegen te gaan werden grassen en granen gezaaid. Daarnaast werden van takken schermen gemaakt. Tegen die schermen vormden zich langzaam maar zeker duinen. De scholeksters zijn dan al uit het gebied verdwenen. Er kwamen kluten, strandplevieren, bontbekplevieren en dwergsterns voor terug. Zij gebruikten het schelpenrijke gebied als broedplek.

Als steeds meer planten op de voormalige slikken groeien, verandert de vogelpopulatie wederom. Nu vestigen zich er kievieten, tureluurs, grutto’s en leeuweriken. De Hompelvoet – een eiland in de Grevelingen – ontwikkelt zich met 3000 broedparen tot de grootste broedplaats voor grote sterns in het deltagebied.

Vandaag de dag
Ook met het oog op de zeespiegelrijzing als gevolg van de klimaatverandering behoudt de Brouwersdam zijn waterkerende functie. Maar in de nabije toekomst gaat de dam er wel anders uitzien als er meer doorlaatopeningen komen om zeewater in- en uit te laten. Er zijn plannen om die openingen te combineren met de aanleg van een getijdecentrale om stroom op te wekken voor ongeveer 50.000 huishoudens. Dat is dan een innovatieve centrale omdat die gebouwd wordt met gebruikmaking van een relatief gering verval (40 centimeter). De kennis die hiermee wordt opgedaan, leent zich voor export naar andere delen van de wereld.

Wist je dat je bij de sluis in de Brouwersdam heel goed zeehonden kunt spotten? Vissen weten deze opening te vinden om het Grevelingenmeer binnen te zwemmen of andersom weer naar zee. Zeehonden hebben dat ook in de gaten. Ze komen dus graag naar de sluis om een visje te verschalken!