Krammersluizen

Krammersluizen (1978-1983)
Belangrijk onderdeel van de Philipsdam is het Krammersluizencomplex dat de scheepvaartverbinding tussen de Schelde en de Rijn open houdt.
Om te voorkomen dat zout Oosterscheldewater in het zoete Volkerak terecht komt – of zoet Volkerak-water in de zoute Oosterschelde – is in de Volkeraksluizen een zout-zoet scheidingssysteem gebouwd. Daarbij wordt gebruik gemaakt van het feit dat zout water een hogere dichtheid heeft dan zoet water. Als zout en zoet gemengd worden zakt het zoute water naar beneden.
Als een schip vanaf de Oosterschelde de sluis invaart worden achter het schip eerst de sluisdeuren gesloten. Vervolgens wordt het zoute water onderin de sluis weggepompt en wordt aan de bovenkant zoet water in de sluis gelaten. Als het waterpeil genoeg is gezakt en het zoute water weggepompt, gaat de sluisdeur open. Er komt altijd wel wat zout water in het Volkerak en zoet water in de Oosterschelde, maar dat is zo weinig dat het geen invloed heeft op het watermilieu.

Krammersluizen
Krammersluizen

Jachtsluis
De Krammersluizen zijn 280 meter lang en 24 meter breed en zijn daarmee groot genoeg voor binnenvaartschepen met vier duwbakken. Voor de sluizen zijn 1.3 kilometer lange voorhavens aangelegd war schepen aan kunnen meren. Ten noorden van de twee schutsluizen voor de beroepsvaart is een jachtsluis aangelegd met een voorhaven van 75 meter. In 1994 is een tweede sluis gebouwd voor pleziervaart.