Oosterscheldekering

De bouw van de 9 kilometer lange Oosterscheldekering is een complex en uniek project. Nooit eerder is een constructie gemaakt van zulke enorme afmetingen. De kering bestaat uit 65 pijlers van 30 tot 40 meter hoog, en 62 schuiven van 42 meter breed en 6 tot 12 meter hoog. Dat maakt de 2.5 miljard euro kostende kering tot één van de meest indrukwekkende waterbouwkundige bouwwerken van Nederland.

  • gaat gemiddeld 1 keer per jaar dicht
  • sluit samen met de Grevelingendam, Philipsdam, Oesterdam en Bathse Spuisluis de Oosterschelde af indien nodig
  • is ontworpen om een hoogwatersituatie te weerstaan die statistisch 1 keer in de 4000 jaar voorkomt
  • heeft 65 kolossale pijlers. Hiertussen hangen schuiven van ongeveer 42 m lang en 6 tot 12 m hoog. De schuiven wegen tussen de 260 en 480 ton

Oosterscheldekering (1976-1986)
Aan de bouw van de kering gaat heel wat discussie vooraf. In eerste instantie is het plan de Oosterschelde af te sluiten met een dichte dam. Tegen dit plan komen echter zowel vissers als natuurbeschermers in opstand. De Oosterschelde is een uniek natuurgebied met meer dan 70 vissoorten, 140 soorten waterplanten en algen en 350 soorten bodemdieren. Met een dichte dam zou dit natuurgebied onherstelbare schade oplopen.

Oosterschelde Open
Volledig afsluiten van de zeearm betekent de nekslag voor het zoutwatermilieu van de Oosterschelde en daarmee ook voor de mossel- en oesterteelt. Het protest – met als strijdkreet Oosterschelde Open – blijkt niet aan dovemansoren gericht. In 1975 komt het toenmalig kabinet met het voorstel om een open kering te bouwen die met behulp van schuiven – indien nodig – gesloten kan worden.
Een afsluitbare kering is een stuk duurder dan een dichte dam en het voorstel van het kabinet leidt dan ook tot hevige discussie. In 1979 gaat het parlement akkoord met het plan voor de bouw van de Oosterscheldekering.

Virtual Tour

Ontdek en ervaar de Oosterscheldekering in vogelvlucht. Maak een spectaculaire digitale tocht langs de diverse onderdelen van de kering.
Klik op de blauwe vierkantjes om in te zoomen op de vele details of klik op een van de foto’s.

Geulen

De kering komt te liggen over drie geulen in de Oosterschelde: Hammen, Schaar van Roggeplaat en Roompot. Eerder – als nog uitgegaan wordt van de bouw van een dichte dam – zijn al kunstmatige (werk)eilanden aangelegd waaronder de Roggeplaat (1969), Neeltje Jans (1969) en Noordland (1971). De bouwputten van Neeltje Jans en Noordland vormen samen met de voor dat doel opgehoogde zandplaat Geul het dichte deel van de stormvloedkering.
Werkeiland Neeltje Jans is de spil van het bouwproject. Het merendeel van de benodigde pijlers, kokers en funderingsmatten wordt daar gemaakt. De pijlers zijn de belangrijkste elementen van de kering. Ze worden gemaakt in een bouwput met een oppervlakte van één vierkante kilometer, ruim 15 meter onder zeeniveau. De bouw van één pijler vergt 7000 kubieke meter beton en neemt bijna anderhalf jaar in beslag.
Om de twee weken wordt begonnen met de bouw van een nieuwe pijler. Voor de zekerheid worden twee extra (reserve)pijlers gebouwd. Het werk aan de pijlers gaat dag en nacht door omdat het beton anders niet op de juiste manier kan harden. Als alle pijlers klaar zijn, wordt de bouwput onder water gezet waarna hefschip de Ostrea de pijlers één voor één optilt en naar drijvend ponton Macoma vaart. De Macoma markeert de plek waar de pijler afgezonken moet worden.

Onwankelbaar

De pijlers moeten absoluut onwankelbaar staan. Voordat ze worden geplaatst wordt de bodem van de bodem van de Oosterschelde grondig onderzocht op draagkracht. Daarbij wordt gekeken naar dichtheid, grondsamenstelling en geologische lagen. Omdat de bodem te slap blijkt te zijn, wordt deze verstevigd.
Om de bodem te verdichten, brengt het speciaal voor dat doel gebouwde schip Mytilus trilpijpen in de bodem aan. Na het trillen zitten de zandkorrels tot op 15 meter diep in de bodem dichter op elkaar. Om de bodem nog meer draagkracht te geven worden op de plaatsen waar een pijler moet komen te staan door de Cardium op maat gemaakte matten gevuld met zand en grind neergelegd. De Cardium is een van de vele speciaal voor dit doel gebouwde schepen die worden ingezet bij de bouw van de kering.
Rond de plek waar de pijlers komen, legt de Cardium matten die vervolgens met betonblokken bedekt worden. Slib wordt weggebaggerd en vervangen door zand. Inspectievaartuig Wijker Rib onderzoekt met hulp van onderwater-voertuig Portunus of alles op de Oosterscheldebodem volgens plan verloopt.
Na het afzinken van de holle pijlers worden ze gevuld met zand. Ten slotte worden de pijlers ‘ingepakt’ met een mantel van stortsteen, afkomstig uit Duitsland, Finland, Zweden en België. De plaatsing van de pijlers is precisiewerk. Het kan alleen als de stroming het minst sterk is: tijdens dood tij.

Oosterscheldekering Watersnoodmuseum
Oosterscheldekering

Schuiven

Als de pijlers eenmaal muurvast op de Oosterscheldebodem verankerd zijn, wordt de kering afgebouwd. De pijlers worden opgehoogd met opzetstukken waaraan vervolgens de schuiven gemonteerd worden. Ook worden op de pijlers holle kokers geplaatst. Deze bieden plaats aan alle apparatuur die nodig is om de schuiven te kunnen laten bewegen. De schuiven worden aangedreven door hydraulische cilinders. Deze worden bediend vanuit het Ir. J. W. Topshuis op Neeltje Jans.
De stormvloedkering wordt op 4 oktober 1986 officieel geopend door toenmalig Koningin Beatrix. De weg over de stormvloedkering wordt een jaar later geopend door Prinses Juliana. Met de ingebruikname van de kering is de kans op een overstroming in het Deltagebied teruggebracht tot eens in de 4000 jaar. De kering wordt gesloten bij een verwachte hoogwaterstand boven de 3 meter NAP.

25 jaar later

De bouw van de Oosterscheldekering heeft ook een keerzijde. Het getij stroomt niet meer zo snel door de Oosterschelde. Dat betekent dat het zand dat bij storm van de platen, slikken en schorren verdwijnt, niet langer door de stroming wordt aangevuld. De zandplaten vlakken af en de geulen vullen zich met zand en slib. Dit wordt zandhonger genoemd.

Zandhonger
Jaarlijks kalft zo een tot twee centimeter van de elfduizend hectare zandbanken, slikken en schorren af. Daarmee raken tienduizenden trekvogels steeds meer van hun broodnodige foerageerplek kwijt, zeehonden verliezen hun rust- en zoogplaatsen. Ook de kustverdediging heeft een probleem nu slikken en schorren steeds minder goed de golven kunnen breken. Hierdoor verhoogt de golfbelasting op de dijken en is extra versteviging noodzakelijk.

Building with Nature
Gebruikmakend van het principe Building with Nature, werken Rijkswaterstaat, provincie Zeeland en Natuurmonumenten aan een aanpak. Building with Nature maakt gebruik van natuurlijke processen en krachten met behoud van de infrastructurele en economische randvoorwaarden. Er zijn twee proeven geweest. Op Galgeplaat (2008-2012) waarbij het verlies van sediment door suppletie is tegengegaan. De duurzaamheid van deze proefsuppletie en het effect op bijvoorbeeld het bodemleven zijn nog onbekend en worden jaarlijks geëvalueerd.

Bij de Schelphoek zijn richels in serie ingegraven om te meten of zij het wegstromen van zand belemmeren. Ook deze proef (2011-2013) werd de jaren erna gevolgd met metingen.

Roggenplaat
De projectpartners wilden de proef met zandsuppletie graag doorzetten op de Roggenplaat. Dit is de grootste droogvallende plaat in de Oosterschelde met een hoge natuurwaarde. De sterke stroming zo vlakbij de kering veroorzaakt forse erosie. Na een crowdfundingactie (goed voor € 13.500) en bijdragen van Natuurmonumenten, het Zeeuwse Landschap, de provincie Zeeland en Oosterschelde gemeenten, stelde minister Schultz van Haegen november 2014 6,3 miljoen euro beschikbaar voor herstel van de Roggenplaat.

Natuur

In en rond de Oosterschelde komen vele planten -en dierensoorten voor.
Er zijn zo’n ruim zeventig soorten vis in de Oosterschelde te vinden. Schol, tong, jonge platvissen en bot komen er in grote hoeveelheden voor. Verder zijn er vijftien soorten die slechts af en toe gezien worden, zoals zalm, elft, steur en zeeduivel.

De Oosterschelde is een vogelrijk gebied. Op de Waddeneilanden na zijn er de meeste soorten vogels te vinden. Een viertal factoren is van invloed op de vogelstand: (1) stromend water met een hoog zoutgehalte, (2) zuiver, onvervuild water, (3) een rustige, landelijke omgeving en (4) voldoende voedsel. Voedsel is er ruim voorhanden. De Oosterschelde is een populaire bestemming voor trekvogels. In het voor- en najaar vliegen grote groepen vogels, eenden en ganzen af en aan.

Mosselen en zeesterren zijn erg belangrijk voor de Zeeuwse vissers. Het mosselseizoen loopt vanaf juli tot in het vroege voorjaar.

Met opzet werd bij de bouw van de Oosterscheldekering gebruik gemaakt van verschillende soorten steen. Zeeanemonen, sponzen, manteldieren en brokkelsterren (Ophiothrix fragilis) hebben ieder een favoriete steensoort. Er leven talloze soorten roodwieren, bruinwieren, blauwwieren en groenwieren in de Oosterschelde. Inktvissen komen van de Engelse zuidkust naar de Oosterschelde om te paren. Ook zeehonden en een paar bruinvissen zijn vaste bewoners van de Oosterschelde.

Zeepaardje gespot in de Oosterschelde
In 2015 troffen sportduikers een Kortsnuitzeepaardje aan in de Oosterschelde. Tot dat jaar waren waarnemingen, van wat voor sportduikers wellicht de meest populaire Nederlandse vis is, zeer zeldzaam. De afgelopen jaren zijn er echter bijna elk duikseizoen waarnemingen gemeld. Klimaatveranderingen zijn waarschijnlijk mede de oorzaak van het feit dat zeepaardjes nu ieder jaar in onze kustwateren aanwezig zijn en ook jaarlijks worden waargenomen.

Deltavloot

© Foto’s: https://beeldbank.rws.nl, Rijkswaterstaat / Joop van Houdt