Deltares onderzoekt gevolgen versnelde zeespiegelstijging

Smeltend poolijs, foto: pxshere – Public domain

IJs op Antarctica smelt sneller dan gedacht

De zeespiegel langs de Nederlandse kust stijgt nu met circa 2 millimeter per jaar, maar het zou zomaar kunnen dat het na 2050 veel sneller gaat. Dat komt omdat het smelten van het ijs op Antarctica in een beduidend hoger tempo gaat dan voorspeld werd. In opdracht van de Deltacommissaris heeft Kennisinstituut Deltares onderzoek gedaan naar de mogelijke gevolgen van die snellere zeespiegelstijging.

Voor wat betreft de mate van stijging van de zeespiegel zijn er verschillende scenario’s. De zogeheten Delta-scenario’s zijn gebaseerd op voorspellingen van het KNMI en die gaan uit van een zeespiegelstijging tot maximaal 40 cm in 2050 en maximaal een meter in 2100. In nieuwe projecties zegt het KNMI dat de zeespiegel tot wel 2 meter kan stijgen. Zelfs als alle doelen van het klimaatakkoord van Parijs – een globale temperatuurstijging van maximaal 2 graden – gehaald worden. Bij een sterkere opwarming van de aarde kan de zeespiegel zelfs tot 3 meter stijgen.

Snellere stijging van de zeespiegel brengt behoorlijk wat risico’s met zich mee. ‘We moeten ons in korter tijdsbestek aanpassen aan steeds groter wordende veranderingen. Onderzoek is nodig om tijdig maatregelen te nemen om de waterveiligheid, zoetwatervoorziening en leefbaarheid voor Nederland te garanderen’, zegt onderzoeker Marjolijn Haasnoot van Deltares.

Stormvloedkering dicht
Mocht de zeespiegel inderdaad sneller en sterker stijgen dan verwacht dan heeft dat vergaande consequenties. Onder meer voor waterstaatswerken als de stormvloedkering en de Maeslantkering. Haasnoot voorspelt dat deze keringen steeds vaker gesloten moeten worden en uiteindelijk zelfs permanent dicht gaan. Bij zware stormen zal er dan ook steeds vaker – en ook meer – water overheen slaan.

In de praktijk kan het betekenen dat zowel de stormvloedkering in de Oosterschelde als de Maeslantkering aangepast dan wel vervangen moeten worden om de veiligheid van het achterland te kunnen blijven garanderen. Voor wat betreft het IJsselmeergebied wordt nu nog uitgegaan van spuien als het kan en pompen als het moet. Als de zeespiegel 65 centimeter of meer stijgt, biedt spuien onvoldoende soelaas en moet de pompcapaciteit fors groter worden. De pompen op de Afsluitdijk moeten dan waarschijnlijk structureel ingezet worden en de dijken in het IJsselmeergebied dienen te worden aangepakt.

Om het kustfundament op een veilig peil te houden, moet het meegroeien met de zeespiegelrijzing door middel van zandsuppleties. Anno nu wordt per jaar zo’n 12 miljoen kubieke meter zand aangebracht, maar naarmate de stijgsnelheid van de zeespiegel toeneemt is ook meer zand nodig. Rond 2050 gaat het al om 3 á 4 keer zoveel zand als nu en tegen het einde van de eeuw loopt de benodigde hoeveelheid suppletiezand nog veel verder op.

Verzilting
Ander gevaar van zeespiegelstijging is verzilting van landbouwgrond, vooral in de laag gelegen gebieden aan de kust. Of er voldoende zoetwatervoorraad is om de verzilting tegen te gaan, moet nader onderzoek uitwijzen volgens Deltares. In ieder geval moeten zoetwaterinlaatpunten vaker en langer gesloten worden en zit het er dik in dat de vraag naar zoet water uit het IJsselmeer fors zal toenemen.

Deltares benadrukt dat naarmate het minder goed lukt de doelen van het klimaatakkoord van Parijs te halen en de opwarming van de aarde te beperken tot 2 graden er eerder meer en kostbaarder maatregelen moeten worden genomen om in Nederland droge voeten te houden.

Deltares pleit ervoor de vinger nauwgezet aan de pols te houden en verder onderzoek te doen naar de relatie tussen opwarming van de aarde, het smelten van landijs, zeespiegelstijging, de gevolgen van extra zeespiegelstijging, de kans dat keringen (te) vaak dicht moeten en de impact van de klimaatverandering op dijken en buitendijkse gebieden.

(Bron: www.deltares.nl/nieuws)