Het Deltaplan

Een plan maken om te voorkomen dat delen van Nederland onder water komen te staan en de veiligheid van de bewoners van die kwetsbare gebieden garanderen. Dat is de opdracht waar de Deltacommissie – opgericht enkele weken na de watersnoodramp van 1953 – haar tanden in moet zetten. De commissie krijgt van minister van Verkeer en Waterstaat Jacob Algera de opdracht mee om in dat Deltaplan een keuze te maken tussen het verhogen van dijken of het afsluiten van zeegaten.

Het eerste advies
Een paar maanden na oprichting komt de Deltacommissie met het eerste advies: verhoog de Schouwense dijk (zeedijk van Schouwen-Duiveland) van 3 meter boven NAP tot 5 meter boven NAP. Snel daarna komt de commissie met het advies om de Hollandse IJssel af te sluiten. Ten behoeve van de – economisch belangrijke – scheepvaart wordt voorgesteld om een beweegbare kering te bouwen die alleen wordt gesloten als er een stormvloed dreigt. De bouw van de kering begon in 1954.

In februari 1954 komt het meest verstrekkende advies: sluit de zeegaten af. De kust wordt dan korter en dat betekent dat de zee op minder plekken directe invloed kan hebben. Het afdammen van de Haringvliet, het Brouwershavense Gat, de Oosterschelde en het Veerse Gat zorgt ervoor dat er geen hoge vloedstanden meer kunnen ontstaan in de zeearmen

Voor- en nadelen
Het afsluiten van zeegaten is – zo stelt de Deltacommissie – niet alleen goedkoper en effectiever dan het verhogen van alle dijken, maar ook een uitstekend middel om verzilting van kostbare landbouwgrond tegen te gaan. Nog een voordeel: de dammen tussen de verschillende Zeeuwse eilanden dragen sterk bij aan de bereikbaarheid.

Toerisme
De verbeterde bereikbaarheid is ook een belangrijke stimulans voor het toerisme in het nieuw ontstane natuurgebied, vooral rond het Veerse Meer. De Deltacommissie had wat je noemt een profetische blik.
Recreatie en toerisme groeien uit tot een van de belangrijkste economische pijlers van Zeeland.

Nadelen zijn er ook. Als de Oosterschelde volledig wordt afgedamd wordt het water van de af te dammen zeearm zoet, en dat betekent het einde van de mossel- en oestervisserij. De Deltacommissie raadt aan te onderzoeken of de schaal- en schelpdiervisserij naar een andere plek kan verhuizen.

De Deltacommissie denkt dat het zo’n 25 jaar kost om het Deltaplan
– geschatte kosten 1,5 tot 2 miljard gulden, omgerekend tussen de 680 en 900 miljoen euro – uit te voeren. In november 1955 wordt het Deltaplan naar een wetsvoorstel omgezet. Twee jaar later wordt het wetsvoorstel aangenomen en op 8 mei 1958 door koningin Beatrix ondertekend.

Om ervaring op te doen met het bouwen van dammen in zeearmen, komt de Deltacommissie met het zogeheten ‘Drie-eilandenplan’. Daarin wordt uitgegaan van het afdammen van Veerse Gat en Zandkreek, met een schutsluis in de Zandkreekdam. De dammen verbinden Noord-Beveland, Zuid-Beveland en Walcheren met elkaar, waardoor het Veerse Meer ontstaat. De afsluitdammen worden de nieuwe zeewering, de dijken erachter vormen een tweede verdedigingslinie.

Randstad
Rijkswaterstaat kiest ervoor om het veelomvattende Deltaplan in fases uit te voeren. Om ervaring op te doen wordt gewerkt van klein naar groot en van eenvoudig naar ingewikkeld. Eerste project is de bouw van een stormvloedkering in de Hollandse IJssel. De Hollandse IJssel is een gekanaliseerde rivier tussen Nieuwegein en Rotterdam en mondt uit in de Nieuwe Maas. Het is een belangrijke waterweg, maar ook een zeearm die met extreem hoog water bedreigend kan zijn voor het achterland. Het gebied langs de Hollandse IJssel is niet alleen een van de laagst gelegen gebieden van Nederland, maar ook een van de dichtst bevolkte: de Randstad.

De bewoners van de Randstad kruipen in 1953 door het oog van de naald. Hoewel de dijken in slechte staat zijn, houden ze het wel. Als de dijken bezweken waren, had dat aan naar schatting 25.000 tot 35.000 mensen het leven gekost. Om de Randstad tegen overstromingen te beschermen, stelt de Deltacommissie voor om in de benedenmond van de Hollandse IJssel een stormvloedkering en een grote schutsluis te bouwen.

Heftorens
Uiteindelijk wordt gekozen voor een dubbele stormvloedkering. Tussen twee 45 meter hoge heftorens komen twee 80 meter brede stalen schuiven. Bij verwacht extreem hoog water (NAP + 2,5m) kunnen die schuiven in het water worden neergelaten. Bij een normaal waterpeil blijven de schuiven open en kunnen de schepen er gewoon onderdoor varen. De bouw van de kering wordt aangegrepen om meteen ook een vaste oeververbinding te maken.

Na de bouw van de Hollandse IJsselkering volgt het afdammen van achtereenvolgens Zandkreek, Veerse Gat, Grevelingen, Volkerak, Haringvliet, Brouwershavense Gat en Oosterschelde. Laatste onderdeel is het bouwen van stuw- en schutsluizen in de Oude Maas.

Aan de bouw van de 830 meter lange Zandkreekdam (1960) wordt begonnen zodra het werk aan de stormvloedkering in de Hollandse IJssel is afgerond. De dam – opgebouwd met behulp van caissons – verbindt Zuid-Beveland met Noord-Beveland.

In 1961 wordt de Veerse Gatdam – die Walcheren met Noord-Beveland verbindt – aangelegd. Ook hier spelen caissons een hoofdrol. De dam is in de negentiger jaren opgespoten met zand. Daarna is helmgras aangeplant om de met asfalt beklede dam zoveel mogelijk op een duin te laten lijken. Door het dichten van het gat ontstaat een nieuw meer: het Veerse Meer.

Aan de zes kilometer lange Grevelingendam tussen het Zeeuwse Bruinisse en het Zuid-Hollandse Oude Tonge wordt in 1958 begonnen. Daarbij wordt een speciale kabelbaan gebouwd om grote betonblokken in zee te storten. De bouw duurt zeven jaar. Aan de Haringvlietdam – aan de Westkant van de Grevelingendam – is dan reeds begonnen. De bouw van de dam die Goeree-Overflakkee en Voorne-Putten met elkaar verbindt wordt in 1972 afgerond.

De Volkerakdam is dan in 1957 ook klaar. Het eerste deel is een dichte dam van Goeree naar Hellegatsplaat, het tweede deel een vast stuk dam dat Hellegatsplaat met Noord-Brabant verbindt. Ten behoeve van de scheepvaart tussen Rotterdam en Antwerpen wordt de Volkeraksluis gebouwd.

Voor de bouw van de Brouwersdam tussen het Schouwse Scharendijke en Goedereede op Goeree-Overflakkee worden zowel caissons als een kabelbaan gebruikt. Eind 1971 wordt de Brouwersdam in gebruik genomen.

Nieuwe technieken
De bouw van de Oosterscheldekering is een groots en ingewikkeld project. Om het project te kunnen realiseren worden verschillende speciale schepen gebouwd en nieuwe technieken ontwikkeld en toegepast. Om het getij in de Oosterschelde zoveel mogelijk te behouden, wordt gekozen voor een kering met 62 openingen van 40 meter breed. Bij verwacht extreem hoog water worden die openingen met zware hydraulische schuiven afgesloten om het achterland te beschermen. De bouw van de kering – kosten 2,5 miljard euro – is zonder twijfel het meest indrukwekkende waterbouwkundige werk van Nederland. De kering is op 4 oktober 1986 officieel geopend door koningin Beatrix.