Hoe we de Ramp herdenken en herinneren
Het einde van de Ramp was slechts het begin van de herinneringen. Direct na de Ramp werd er niet over gesproken. De angst, de pijn en het verdriet waren nog te groot. Jaren later kwamen de herinneringen weer naar boven. Tegenwoordig wordt het verhaal levend gehouden met talloze herdenkingstekens en monumenten.
Dag van nationale rouw
De herdenking van de Ramp begon een week na de vloed, op 8 februari 1953. Er werd een dag van nationale rouw afgekondigd en koningin Juliana hield een toespraak op de radio. Zij vertelde hoe afschuwelijk ze de Ramp vond en hoeveel respect zij had voor de vele mensen die probeerden anderen te helpen:
“Landgenoten, die door de ramp getroffen zijt en gij redders en helpers in de ruimste zin, wij staan allen vol ontzag tegenover het grote leed, dat ons gehele volk trof toen een deel daarvan een week geleden werd overvallen door storm en vloed: tegenover de moed, door zovelen betoond in de nood, en tegenover de verschrikking doorstaan door hen, die van ons heengingen, en door hen die bij ons bleven met het zware lot, dat zij thans dragen."
Juliana prees in haar toespraak ook de hulp die na de Ramp vanuit binnen- en buitenland op gang kwam. Sinds de Tweede Wereldoorlog had ze niet meer zoveel saamhorigheid gezien:
"De doorbraak van de dijken riep, daartegen in, een springvloed op van medeleven met elkander. De eendracht uit de oorlogstijd, was plotseling weer paraat. Dit hief ons volk ineens op boven alle afscheidingen en ieder compromis der samenleving uit."

Late herdenking
Na de dag van nationale rouw werd het stil rond de Ramp. De overlevenden praatten er niet over. Ze wilden het liever vergeten, door met hun leven. Ze bouwden hun land en de huizen weer op en werkten hard om niet stil te hoeven staan bij het verlies. “Ik had er in mijn jeugd al over willen praten. Maar dat werd afgekapt, er werd gewoon niet over gepraat. Je moest door,” vertelt overlevende Dick Sies. Er was ook maar één plek waar mensen terecht konden voor psychische hulp.
Mensen kregen nieuwe kinderen en maakten een nieuwe start. “Ze vonden het geweldig,” vertelt Ella Bom-Scholten over haar ouders. “Ik was weer een nieuw kind, ik was weer een nieuw leven, een nieuw begin.” Toch konden deze ‘troostkinderen’ de leegte ook niet echt opvullen. “Maar als kind merkte ik toch dat er iets niet klopte. Het was een beetje droevig om me heen. Mijn moeder kon niet zo goed de dag indelen. Ik was overgeleverd aan mijn zuster, die twaalf jaar ouder was. Die zorgde voor mij.”
Toen de overlevenden ouder werden, openden langzaam hun herinneringen. Er verschenen boeken over de Ramp en kinderen vroegen hun ouders of grootouders wat er was gebeurd. Pas 40 jaar na de Ramp vond de eerste nationale herdenking plaats, op 1 februari 1993. Dan ontstaat ook het idee voor het Watersnoodmuseum als plek om te herdenken. Het wordt gebouwd in de caissons (grote betonnen constructies) die tijdens de Ramp het laatste stroomgat in de dijk bij Ouwerkerk hebben gedicht.

Het is een symbolische locatie, die in 2003 wordt benoemd tot Nationaal Monument Watersnood 1953. Kunstenaar Gust Romijn ontwierp hierbij een monument voor de slachtoffers: een hoge stenen zuil met afbrokkelende stenen aan de bovenkant. Metalen golven gaan door de zuil heen, als metafoor voor de verwoestende kracht van het water. Op het monument staat de tekst: ‘het water, de storm, de stilte’.
In 2012 start het Watersnoodmuseum een groot project om de herinneringen aan de ramp te bewaren. Er worden meer dan 800 interviews met overlevenden en hulpverleners opgenomen en bewaard. Een deel daarvan is nu in het museum te zien. Ook heeft het museum voorwerpen van slachtoffers verzameld die overlevenden van de Ramp hadden bewaard.
Elk dorp een monument
Al een paar jaar na de Ramp verschijnen de eerste monumenten of namenlijsten in de dorpen die door de vloed waren getroffen in Zeeland, Zuid-Holland, Noord-Brabant en Noord-Holland. Soms worden er herdenkingen georganiseerd, meestal klein en lokaal. Na de eerste nationale herdenking in 1993 worden meer monumenten geplaatst en herdenkingen georganiseerd. In 2010 verzamelden Marijke van Hamelsveld, Piet van der Have en Simon van der Haagen alle circa 70 monumenten bij elkaar in het boek ‘De monumenten van de watersnood 1953’.

De meeste monumenten herdenken de slachtoffers, maar sommige verbeelden juist heldhaftige verhalen over de Ramp. In Colijnsplaat staat bijvoorbeeld het beeld ‘Houen jongens’ van kunstenaar Jan Haas: een aanrollende golf stort zich tegen een vloedplank die door een hand wordt tegengehouden. Het monument werd onthuld op 6 augustus 1993 en verbeeldt het verhaal van de inwoners van Colijnsplaat in hun strijd om het water buiten hun dorp te houden.
Naast het voormalige gemeentehuis was een dijkgat en inwoners probeerden dat dicht te houden met vloedplanken. Maar het water kwam hoger en hoger. De steunbeer die de vloedplanken op hun plek moest houden begon te scheuren en te wankelen. De dorpelingen gooiden hun lichamen tegen de planken en zetten zich schrap bij elke golf. Na uren van duwen, met het water nog maar 10 centimeter onder de hoogste vloedplank, gooide de zee ineens een schip dat in de haven lag recht voor het dijkgat. Daarmee was het gat gedicht en Colijnsplaat gered.

Buitenmuseum van stroomgaten
Een andere manier om de Ramp te herdenken is het project ‘Stroomgaten Markering 1953’. Tijdens de Watersnoodramp in 1953 sloeg het water 377 gaten in de dijken. Door 96 van deze gaten stroomde het water voor lange tijd naar binnen en buiten. Het duurde weken of soms zelfs maanden totdat deze diepe gaten waren gesloten. En voordat er weer landbouw op deze plekken kon plaatsvinden, duurde nog veel langer. Het zoute zeewater had de grond voor jaren onvruchtbaar gemaakt.
Vandaag is er niets meer van deze stroomgaten te zien. De gaten in de dijken zijn gerepareerd en de omgeving is veranderd. Om toch zichtbaar te maken waar de zee het land binnen was gekomen, startte Koos Hage in 2013 een bijzonder herdenkingsproject. Koos maakte de Ramp mee toen hij bijna 6 jaar was. Hij verloor zijn moeder en oudere zus aan het water toen hun boerderij in Stavenisse overstroomde.
Op de plekken waar vroeger de stroomgaten waren, zette Koos paaltjes van basalt op de nieuwe dijken neer. Vanaf daar kun je zowel uitkijken op het land als op het water. Op deze paaltjes staat niet alleen waar het stroomgat vroeger was, maar ook wanneer deze is gerepareerd. Samen vormen ze een soort buitenmuseum.
In Zierikzee, Stavenisse, Willemstad en Halsteren staan ook grotere stenen. Deze regiostenen laten zien waar je de paaltjes van de stroomgaten kunt vinden en hoeveel mensen er slachtoffer werden van de Ramp in dat gebied.
Koos schreef ook een boek over de stroomgaten en de verwoesting die de zee aanrichtte. In ‘Atlas van de watersnood 1953. Waar de dijken braken’ verzamelde hij interviews met ooggetuigen en luchtfoto’s van het rampgebied, die een week na de Ramp waren gemaakt. De foto’s zuigen de lezer diep de overstroomde gebieden van 1953 in.
Blijven herinneren
Ook nu nog blijft de Watersnoodramp van 1953 een aangrijpende gebeurtenis. Het gedenken helpt ons de pijn van het verleden te verwerken, maar ook om nieuwe verhalen te vertellen over het heden en de toekomst. Wat zegt de Ramp over hoe wij leven met het water? Hoe voorkomen we zulke overstromingen in de toekomst? Het Watersnoodmuseum werkt regelmatig met kunstenaars die deze verhalen vertellen.
Herinneringen aan zee
In het herdenkingsjaar 2023, 70 jaar na de Ramp, maakte stichting Synchronicity Productions zes enorme strandtekeningen om te herdenken. De tekeningen keken niet alleen terug op de Ramp, ze keken ook vooruit: zijn we in de toekomst veilig voor het water? Wat zal de impact van de stijging van de zeespiegel zijn? Inmiddels heeft de zee deze tekeningen al lang weggespoeld. Maar is daarmee ook de boodschap verdwenen?

Megagrote muurschildering
In 2024 deed het Watersnoodmuseum mee aan Museum Murals. Kunstenaar Stefan Thelen, ook bekend onder de naam Super-A, maakte de graffiti-tekening ‘Drijfkracht’ op de zijmuur van een flat in Goes van 32 meter hoog. De oudtante van Stefan maakte de Ramp zelf mee en zijn moeder werd geboren tijdens de Ramp. Hij heeft zijn oudtante geschilderd samen met zijn dochter Liv. Verleden en toekomst staan zij aan zij terwijl zij uitkijken over een woeste zee.

"Kunstenaars zetten net als wetenschappers hun verbeelding in voor creatieve oplossingen en om mensen aan het denken te zetten."
Kunst in het museum
De Ramp blijft een inspiratiebron voor theatermakers, filmregisseurs, schrijvers en andere kunstenaars. Het Watersnoodmuseum werkt vaak met hen samen en geeft hun verhalen een podium. Er werken zelfs regelmatig kunstenaars maandenlang met het museum om het verhaal van de Ramp en de kracht van water te vertellen.
