Bathse Spuisluis en Bathse spuikanaal (1980-1987)

De Bathse Spuisluis is het enige Deltawerk dat niet is gebouwd ter verdediging tegen het water. Het Bathse Spuikanaal en de Bathse Spuisluis zijn gerealiseerd om het overtollige zoete water uit het Volkerak en het Markiezaatsmeer af te voeren.

Het afvoersysteem bestaat uit een kanaal van 8 kilometer lang, 140 meter breed en 7 meter diep, evenwijdig aan het Schelde-Rijnkanaal. Het loopt van de Oosterschelde tot aan de spuisluis in de Westerschelde bij Bath. Per dag kan 8.5 miljoen kubieke meter water in de Westerschelde geloosd worden.

Bathse Spuisluis
Bathse Spuisluis

Landschap
De bouw van de spuisluis begint in 1980. De voorbereidingen voor de aanleg van het spuikanaal volgen in 1982. Eind mei 1986 is het kanaal klaar. In 1987 volgt de spuisluis. Langs het kanaal zijn brede rietbermen aangebracht, zodat de waterkering er zo natuurlijk mogelijk uitziet en opgaat in het landschap. Bij het graven van het Bathse Spuikanaal komt 8 miljoen kubieke meter grond vrij, die Rijkswaterstaat deels gebruikt voor de aanleg van een ander Deltawerk: de Oesterdam.