Deltawerken


Nederland beschermen tegen het water. Het is een strijd van alle tijden in het laaggelegen land. Rijkswaterstaat deed in 1937 uitgebreid onderzoek en de conclusie was even helder als onthutsend: Nederland is niet duurzaam veilig voor het water en er moet echt iets gebeuren. De Deltacommissie – opgericht enkele weken na de watersnoodramp van 1953 – krijgt de opdracht een plan te maken.

Deltaplan
Simpelweg nieuwe dijken bouwen kon echter niet overal en het was bovendien erg duur. Het plan om alle riviermondingen – Westerschelde, Oosterschelde, Haringvliet en Brouwershavens Gat – af te dammen werd geboren. Het Deltaplan. Een groots project. Zo omvangrijk dat er in eerste instantie gekozen werd voor een geleidelijke uitvoering ervan.

Niet zonder slag of stoot
In het eerste advies van de Deltacommissie staat dat de zeegaten afgesloten moeten worden. Dat betekent het einde van van de mossel- en oestervisserij. Er komt protest – met als strijdkreet Oosterschelde Open – en uiteindelijk wordt er gekozen voor een afsluitbare kering. Lees op Deltaplan meer over de geschiedenis van het plan.

De ramp
De Watersnoodramp van 1953 – waarbij 1835 mensen omkwamen, honderden dieren verdronken en 150.000 hectare grond onder zeewater kwam te staan – maakte alles anders. Uitstellen van het Deltaplan kon niet meer. Binnen twintig dagen na die fatale februarinacht werd een Deltacommissie geïnstalleerd die aan de slag ging met het plan om Nederland beter te beschermen tegen het water.

Deltawet
Geen simpele klus want water is een vijand, maar ook een vriend. Veel handel gaat via waterwegen. De Nieuwe Waterweg en de Westerschelde moesten open blijven ten behoeve van de havens van Rotterdam en Antwerpen. In 1959 – zes jaar na de watersnoodramp – werd de Deltawet vastgesteld. Een jaar daarvoor was om de dichtbevolkte Randstad te beschermen tegen overstroming de stormvloedkering in de Hollandse IJssel in gebruik genomen.

Daarna volgden de afdamming van het Veerse Gat en de Zandkreek (1961), Haringvlietsluizen (1971) en Brouwersdam (1972). Om de afsluitdammen aan te kunnen leggen werden hulpdammen aangelegd in Zandkreek (1961), Krammer (1987), Grevelingen (1965) en Volkerak (1969). Deze dammen zorgen voor de verdeling van het water in beheersbare hoeveelheden (compartimenten).

Stormvloedkering
Het sluitstuk van de Deltawerken – de stormvloedkering in de Oosterschelde – volgde een flink stuk later. Zowel vissers als natuurbeschermers protesteerden hevig tegen een plan voor een dichte dam in de Oosterschelde. De Oosterschelde compleet afdammen, zou schadelijk zijn voor zowel het unieke zoutwatermilieu als de visstand. De strijdkreet OSO (Oosterschelde Open) maakte opgang.

In 1976 werd een alternatief plan gelanceerd: een kering met 62 openingen van 40 meter breed. Bij verwacht extreem hoog water konden die openingen met hydraulische schuiven worden gesloten om het achterland te beschermen. Het 2.5 miljard euro kostende project werd uitgevoerd. Op 4 oktober 1986 werd de kering – een staaltje van Hollands waterbouwkundig vernuft – feestelijk geopend door koningin Beatrix.