Grevelingendam

Grevelingendam (1958-1965)
Voor een deel van de zes kilometer lange Grevelingendam die Schouwen-Duiveland en Goeree-Overflakkee met elkaar verbindt, wordt in 1958 gekozen voor een revolutionaire techniek: via kabelbanen worden grote betonblokken in het water gestort, net zolang tot een ‘damlichaam’ van betonblokken ontstaat. Voor de rest van de dam worden vertrouwde technieken als het opspuiten van zand en het afzinken van caissons gebruikt.
De kabelbaan wordt door Rijkswaterstaat samen met het Franse bedrijf Neyrpic ontwikkeld. Op de oever van Goeree-Overflakkee wordt een wisselstation gebouwd en in het midden van het te sluiten gat komt een pijler als steunpunt. Op de Plaat van Oude Tonge – een speciaal voor dat doel opgehoogde zandbank – verrijst een wissel- en laadstation en een opslagterrein voor zand, cement, stenen en rots. In totaal ligt er 195 miljoen kilo stortmateriaal – vergelijkbaar met het gezamenlijk gewicht van 39.000 Aziatische olifanten.

Grevelingendam
Grevelingendam

Gondels
Het stortmateriaal wordt in een net onder een gondel vervoerd. Hangend aan 92 millimeter dikke stalen kabels ‘rijden’ continu 10 gondels met elk 10.000 kilo stenen. De gondels hebben een eigen motor en chauffeur en doen 20 minuten over de tocht van het laadstation naar de plaats waar de stenen gestort moeten worden.
Goedkoop is de methode niet. Al het stortmateriaal moet in het buitenland gekocht worden. Om de kosten binnen de perken te houden wordt naast stortsteen zand van de Plaat van Oude Tonge gebruikt. Het zand wordt vermengd met water tot een dikke drab die vervolgens in grote zakken wordt gespoten. Ook grote brokken asfalt worden als stortmateriaal gebruikt.

Metingen
Tijdens de bouw worden van tijd tot tijd metingen verricht om te kijken of alles volgens plan gaat. Zo worden stroomversnellingen in kaart gebracht. Als de stroomsnelheden te hoog worden, kan reeds gestorte steen gaan schuiven en dat wil men voorkomen.
De kabelbaanmethode wordt gebruikt voor het noordelijke stuk: een geul van één kilometer lengte. De veel smallere zuidelijke geul bij Schouwen-Duiveland wordt gedicht met op maat gemaakte caissons. Een elf meter brede brug en een schutsluis van 125 meter lang en 16 meter breed completeren de Grevelingendam.
Wat de Grevelingendam bijzonder maakt is het feit dat hij er niet in de eerste plaats is om te beschermen tegen overstromingen. De dam zorgt ervoor dat water uit het Grevelingenmeer niet via Haringvliet of Oosterschelde terug naar zee kan stromen. Dat voorkomen van extra stroming maakt de bouw van de Haringvlietdam en daarna de Brouwersdam en de stormvloedkering in de Oosterschelde makkelijker.