Hollandse IJsselkering of Algerakering

Plaats: in de Hollandse IJssel ten oosten van Rotterdam
Bouwperiode: tussen 1954 en 1958
Lengte: 200 meter.
Hoogte: de 4 opvallende torens zijn 45 meter. hoog
Functie: waterkering/weg (N210)

De Algerakering beschermt het laagstgelegen deel van Nederland, 6,76 meter. onder NAP.

Historie
De Hollandse IJsselkering of Algerakering is de eerste van de dertien Deltawerken. Al heel snel na de Watersnood van 1953 werd met de bouw van de kering begonnen: in 1954. Het was niet zonder reden dat dit werk als eerste van de Deltawerken werd uitgevoerd. In 1953 was het laaggelegen en dichtbevolkte deel van Midden-Nederland maar amper aan een overstromingsramp ontkomen. Denk maar aan de bekende geschiedenis bij Nieuwerkerk aan de IJssel, toen in de stormnacht van 1953 schipper Arie Evegroen zijn schip ‘De twee gebroeders’ in een ontstaan dijkgat liet stranden, waardoor een groot gebied voor een grote ramp werd behoed.
Om dat gebied te beschermen tegen hoogwater was het logisch om de Hollandse IJssel af te sluiten op de plek waar die uitkomt in de Nieuwe Maas. Afsluiten met een dam was niet aan de orde in verband met de belangen van de waterhuishouding (de afwatering van het gebied daarachter) en de scheepvaart. Voor de Tweede Wereldoorlog was de gedachte al eens geopperd om de Hollandse IJssel af te sluiten om het achterliggend gebied beter te kunnen beschermen. Ook heerste in 1937 het idee om de Hollandse IJssel van een brugverbinding te voorzien. Tot een definitieve keuze kwam het niet. Vermoedelijk gooide de oorlog roet in het eten.
In 1954 werd gekozen voor de aanleg van een stormvloedkering. Het was de eerste; daarna volgden de Oosterscheldekering, de Haringvlietsluizen, de Hartelkering, en de Maeslantkering. In 1958 was de Algerakering gereed. Door de slimme constructie heeft de scheepvaart zo weinig mogelijk last van het bouwwerk. Als de schuiven open zijn, kunnen ze er gewoon onderdoor varen.
De kering is vernoemd naar Jacob Algera, Minister van Verkeer & Waterstaat. Hij was politiek mede verantwoordelijk voor de totstandkoming van het Deltaplan.

Het ontwerp
Het complex bestaat uit een kering met twee schuiven, een sluis voor de scheepvaart en bruggen eroverheen, een basculebrug over de sluis en een vaste brug over de kering. Wanneer de kering in geopende toestand staat, kan de scheepvaart er ongehinderd onderdoor varen. De getijdewerking blijft bestaan. De schuiven in de kering zijn 82 meter breed en 12 meter hoog. De heftorens waarin deze hangen, zijn ongeveer 45 meter hoog. De kering wordt gesloten wanneer de waterstand 2,25 meter boven NAP is. Dan zijn er ook beperkingen voor de waterschappen: de gemalen kunnen dan minder water uitslaan op de Hollandse IJssel. De sluis is bijna 200 meter lang, inclusief binnen- en buitenhoofd. Met de bouw van de brug, waar de N210 overheen loopt, kreeg de Krimpenerwaard voor het eerst een vaste verbinding met de rest van Zuid-Holland.

De bouw
Aan de oostzijde werd begonnen met de aanleg van een bouwkuip. De rivier werd een beetje verlegd zodat de scheepvaart niet belemmerd werd. Vanuit die bouwkuip werden de drempels voor de kering gemaakt. Zonder maatregelen zouden de enorme sluizen (635 ton per stuk) nooit door de bodem van de rivier gedragen kunnen worden. De drempels kregen een speciale vorm, omdat de mogelijkheid bestond dat de omliggende grond zou wegspoelen. Daardoor zou de stabiliteit van de drempels in gevaar kunnen komen. Naarmate de schuiven verder neergelaten zijn, wordt de waterstroom steeds sterker. Dit komt omdat de ruimte waar het water doorheen kan steeds kleiner wordt. Net voordat de schuiven helemaal dicht zijn, is de stroming dus het sterkst.
Daarna werd de westelijke bouwput gegraven voor de aanleg van de sluis. De bediening van de grote schuiven is zodanig ontworpen dat deze binnen een half uur neergelaten kunnen worden, maar dat moet wel gebeuren op de kentering van het tij. Toen de bouw in 1958 voltooid was, was er echter maar één schuif aangebracht. De tweede was toen om financiële redenen nog niet aan de orde.

Hollandsche IJsselkering
Hollandsche IJsselkering, foto: Rijkswaterstaat - Joop van Houdt

Ontwikkelingen
De tweede schuif werd in 1976 alsnog aangebracht. Daarbij werden nieuwe technieken toegepast die het mogelijk maakten dat de schuif ook bij stromend water neergelaten kon worden (dus niet meer alleen bij de kentering van het getij). Dit kwam de waterveiligheid natuurlijk ten goede. De verkeersintensiteit nam na 1958 enorm toe. Daarom werd in 1988 de brug verbreed. In 2009 is het gehele complex gerenoveerd, zodat dit eerste Deltawerk weer jaren mee kan.
De vraag zou kunnen rijzen of de Algerakering nog nodig is sinds de Maeslantkering ook is gebouwd. Het antwoord luidt: ja, die blijft nodig. De Maeslantkering is een complex geheel. Het duurt uren voordat deze op basis van computerberekeningen daadwerkelijk gesloten wordt. De Algerakering kan, zoals gezegd, met een druk op de knop binnen een half uur gesloten worden: wel zo veilig.

Hollandsche IJsselkering
Hollandsche IJsselkering, foto: Rijkswaterstaat - Harry van Reeken

Wist je dat de Algerakering gemiddeld 3 tot 4 keer per jaar sluit?

Vandaag de dag
De kering zal zijn functie behouden. Wel is er discussie gaande over het sluitpeil: moet dat 2,25 meter boven NAP blijven of moet de kering eerder dicht? Buitendijkse bewoners langs de Hollandse IJssel in Moordrecht en Nieuwerkerk pleiten voor 2 meter om de wateroverlast in hun tuinen te beperken.
Bijzonder aan de kering is de verlichting. Sinds enige tijd worden de heftorens s’ nachts blauw aangelicht en wanneer de kering gesloten is, worden ze rood aangelicht. Dat is weliswaar gemakkelijk voor de scheepvaart (men ziet snel dat de kering dicht is), maar heeft ook een functie in het kader van de bevordering van het waterbewustzijn bij de bevolking. De rode gloed maakt duidelijk dat het kunstwerk wel degelijk een belangrijke rol vervult bij de veiligheid van ons land.