Rampen

Nederland is door de eeuwen heen herhaaldelijk geconfronteerd met stormvloeden. Een van de eerste stormvloeden is die van het jaar 838. Op 26 december van dat jaar loopt een groot deel van Noordwest Nederland onder water door het ontbreken van goede dijken.

Eerdere vloeden

Er is niet veel bekend over de stormvloed van het jaar 838. Bisschop Prudentius van Troyes schrijft in zijn annalen dat het water net zo hoog stond als de toppen van de duinen. Volgens tellingen eiste de ramp 2.437 slachtoffers.

De tweede bekende grote watersnoodramp is die van 28 september 1014. Ook van deze watersnood is niet zo veel bekend. In de kroniek van de abdij van Quedlinburg in Saksen wordt gesproken over duizenden doden als gevolg van de watersnoodramp.

Eerste St. Elizabethsvloed (1404)
Op 19 november 1404 overstromen grote delen van Vlaanderen, Zeeland en Holland. Deze stormvloed staat bekend als de eerste St. Elizabethsvloed. De schade is enorm. Na eerdere overstromingen zijn de polders opnieuw omdijkt en verrezen er nieuwe parochies. Dat alles gaat verloren. De stadjes IJzendijke en Hugevliet worden verzwolgen door de golven.

Tweede St. Elizabethsvloed (1421)
Op 19 november 1421 zaait de Tweede St. Elizabethsvloed dood en verderf in Zeeland en Holland. De watersnood is het gevolg van een zeer zware noordwesterstorm in combinatie met een extreem hoge stormvloed. Noord-Beveland wordt het zwaarst getroffen. Zo zwaar dat Jan van Beieren – graaf van Holland, Zeeland en Henegouwen – het gebied vrijstelt van een deel van de belastingen om zo herstelwerkzaamheden mogelijk te maken.

Zuid-Beveland wordt eveneens zwaar getroffen en de parochies op Schouwen-Duiveland zijn in de jaren na de Tweede St. Elizabethsvloed niet in staat de contributie aan de bisschop in Utrecht op te brengen. Dit omdat ze druk doende zijn met herstelwerkzaamheden. Bij de Tweede St. Elizabethsvloed gaan 30 dorpen en circa 2.000 mensenlevens verloren.

St Elizabeth’s Day vloed
St Elizabeth’s vloed

Sint Felix Vloed (1530)
In 1530 is het weer raak. Op 5 november van dat jaar worden grote delen van Zeeland overspoeld door de Sint Felixvloed. Achttien dorpen in het gebied ten oosten van Yerseke (toen Oost-Watering genoemd) worden volledig weggevaagd. De iets hoger gelegen stad Reimerswaal blijft als een klein eilandje achter. Noord-Beveland en Schouwen-Duiveland worden eveneens zwaar getroffen door de Sint Felix Vloed. Op Noord-Beveland steekt alleen de toren van Kortgene nog boven het water uit. Noord-Beveland kan uiteindelijk behouden worden, maar verandert in een schorrengebied. Bijna 70 jaar na de Sint Felix Vloed wordt de eerste Noord-Bevelandse polder opnieuw bedijkt.

Sint-Felixvloed
Sint-Felixvloed

Allerheiligenvloed (1570)
In 1570 wordt Nederland geconfronteerd met de Allerheiligenvloed. Op 1 november van dat jaar woedt een hevige storm. Talloze dijken aan de Hollandse kust begeven het. Het kustgebied van Vlaanderen tot aan Groningen en Noordwest-Duitsland wordt overstroomd. Rond Antwerpen verdwijnen vier dorpen onder een dikke laag slib, in Friesland komen meer dan 3.000 mensen om het leven en ook Zeeland wordt zwaar getroffen.

Primeur bij de Allerheiligenvloed is dat er voor gewaarschuwd is. De Domeinraad in Bergen op Zoom waarschuwt de ochtend van de ramp voor ‘seer uytnemende hooghe vloet’. Erg veel heeft de waarschuwing niet gebaat: de Allerheiligenvloed staat te boek als de ergste watersnoodramp uit de geschiedenis van Nederland.

In een brief aan Koning Filips II schrijft de hertog van Alva dat vijfzesde van Holland onder water staat. Hoeveel doden er vallen bij deze watersnoodramp is niet precies bekend maar hun aantal wordt geschat op minstens 20.000. Tienduizenden mensen raken dakloos en winter-voedselvoorraden worden vernietigd.

Kerstvloed (1717)
In de kerstnacht van 1717 wordt het kustgebied van Nederland, Duitsland en Scandinavië geteisterd door een zware noordwesterstorm. Naar schatting 14.000 mensen komen om. De Kerstvloed is de grootste vloed sinds bijna vier eeuwen en de laatste grote overstroming in Noord-Nederland. Op het noordelijke platteland staat het water enkele meters hoog. De dorpen direct achter de zeedijk worden volledig weggevaagd en ook de stad Groningen wordt overstroomd.

In Groningen vallen als gevolg van de Kerstvloed 2.276 slachtoffers. Er worden 1.455 huizen vernield of zwaar beschadigd door het woeste water. Water dat ook Amsterdam en Arnhem instroomt evenals de gebieden rond Dokkum en Stavoren. In Friesland komen 150 mensen om. Op Vlieland valt het al eerder door overstromingen getroffen dorp West-Vlieland ten prooi aan het water.

Kerstvloed
Kerstvloed

Stormvloed van 1906
Op 12 maart 1906 vond een stormvloed plaats die vooral Zeeland en Vlaanderen trof. De overstroming gebeurde overdag waardoor er geen slachtoffers vielen. De schade was echter groot. Land werd er niet verloren. In Vlissingen werden tijdens deze stormvloed zeer hoge waterstanden gemeten, die pas bij de watersnood van 1953 werden overtroffen.

Zuiderzeevloed
De Zuiderzeevloed van 1916 is niet zo omvangrijk als de eerder genoemde watersnoodrampen, maar is wel de directe aanleiding voor de Zuiderzeewerken. Op 14 januari van dat jaar groeit een al dagen aanhoudende storm uit tot een zware storm waarbij windsnelheden van ruim 100 kilometer per uur worden bereikt.

De Waterlandsche zeedijk ten zuidwesten van Marken wordt over een lengte van anderhalve kilometer weggeslagen, bij Edam breekt een dijk door en hetzelfde gebeurt bij de Anna Paulownapolder. Het hele gebied rond Edam, Purmerend, Broek in Waterland en Durgerdam komt blank te staan. Ook het benedengedeelte van de Gelderse vallei wordt getroffen. De storm richt veel schade aan en op Marken – enkel beschermd door lage kades – vallen 16 doden.

De Zuiderzeevloed is de reden om de besluitvorming rond de geplande afsluiting van de Zuiderzee te versnellen. Het plan voor afsluiting van de Zuiderzee en gedeeltelijke inpoldering van de zee is afkomstig van ir. C. Lely. Die roept in zijn hoedanigheid van Minister van Waterstaat al in 1913 dat de tijd voor afsluiting en droogmaking van de Zuiderzee is gekomen. De eerste wereldoorlog gooit roet in het eten en het duurt tot 13 juni 1918 eer het wetsontwerp om de Zuiderzee voor een deel in te polderen wordt aangenomen.