Van slootje tot stormvloedkering

Gedeelte van St. Elisabeth vloed van 17-18 november 1421 door Arnold Houbraken (maker) en Romeyn de Hooge (graveur) – Koninklijke Bibliotheek – Public Domain

De strijd tegen het water is voor Nederland net zo oud als het land zelf. Al vroeg in de Nederlandse geschiedenis moeten mensen met elkaar samenwerken in die strijd. Als mensen zich in de periode 1000-1400 in de veengebieden in West-Nederland vestigen dient het gebied ontwaterd te worden om landbouw mogelijk te maken. Langs de akkers worden daarom slootjes gegraven zodat het water weg kan.

Omdat het water uit het veen gehaald is, klinkt de grond in en komt het maaiveld steeds lager te liggen, steeds dichter op het grondwater. Om het water buiten de deur te houden worden afwateringskanalen (wateringen of weteringen) gegraven, die via een sluis uitmonden in een rivier. Hoog water wordt door de sluis tegengehouden en overtollig water in het veengebied in de rivier weggesluisd.

Dijken
Dat wegsluizen lukt niet als het water in de rivier langdurig hoog staat. Dan sijpelt het water alsnog de polder in. Om dat te voorkomen en de landbouwakkers te beschermen, worden dijken aangelegd. Iedere polder krijgt een eigen sluisje naar de watergang. Zo ontstaat een gebied dat afgesloten is van het ‘buitenwater’. Het gebied tussen de poldertjes in heet de ‘boezem’ en daar kan bij langdurig hoog water tijdelijk water worden opgevangen.

Na verloop van tijd zakt de veengrond tot op het niveau van het grondwater en blijft dus drassig. In de vijftiende eeuw wordt een manier ontwikkeld om dat probleem aan te pakken: windbemaling. Op de sluizen tussen de polder en de boezem wordt een windmolen geplaatst die het water van de polder naar de boezem kan pompen vervolgens het water uit de volle boezem naar de rivier kan overhevelen.

Er ontstaat een complex stelsel van dijken, sluizen en bemaling. Dat moet allemaal gebouwd, aangelegd en onderhouden worden. Het wordt te veel en te groot voor de individuele boer. Er worden buurtschappen – voorlopers van de huidige waterschappen – opgericht die het watermanagement gezamenlijk oppakken. Dat gebeurt echter niet overal, en dat betekent dat het watermanagement verbrokkeld blijft. Ook de onderlinge samenwerking tussen de buurtschappen laat te wensen over.

Belasting
Ander probleem is dat het onderhoud van bijvoorbeeld de dijken vaak in natura gebeurt. Het buurt- of waterschap controleert weliswaar of de dijk de juiste hoogte en breedte houdt, maar kijkt niet naar de manier waarop, of met welk het materiaal de dijk wordt onderhouden. In de zestiende en zeventiende eeuw stappen veel waterschappen over op een nieuw systeem. Ze gaan zelf de dijken onderhouden en heffen belastingen (waterschapslasten) om dat te bekostigen. De boer hoeft niet meer zelf te sleutelen aan de dijk.

De landelijke overheid gaat zich in de periode van 1500 tot 1700 steeds meer met de waterschappen bemoeien. Zo wordt gekeken of waterschapsprojecten militaire belangen (waterlinies, inundaties) niet in de weg zitten en controleert de staat of de waterschappen hun werk naar behoren doen of de boel verwaarlozen. Tijdens de Franse bezetting van Nederland hervormt Napoleon de staat. In 1798 wordt een wet aangenomen waarin staat dat één centrale instelling álle waterstaatkundige en infrastructurele werken onder de hoede neemt. Dit wordt het Bureau van den Waterstaat.

Kanalenkoning
Nadat in 1815 de legers van Napoleon zijn verslagen en de Franse bezetter verdreven is, keert koning Willem I terug op de troon. Onder het bewind van deze ‘kanalenkoning’ wordt veel bereikt op het gebied van waterstaat. Het levert Nederland onder meer het Noord-Hollands Kanaal op, het grootste kanaal voor zeescheepvaart ter wereld. Ook het droogmalen van de Haarlemmermeer staat op het conto van Willem I.

Het Bureau van den Waterstaat wordt in 1815 omgedoopt tot Rijkswaterstaat en maakt een onstuimige groei door. Steeds grotere projecten worden ter hand genomen, waaronder de veelomvattende Deltawerken.
Een ontwikkeling van slootje tot stormvloedkering.

(Bron: Deltawerken online/Rijkswaterstaat)