Brouwersdam

Brouwersdam (1962-1971)
Door de aanleg van de Brouwersdam – de Grevelingen is dan aan de oostkant al afgesloten door de Grevelingendam – ontstaat het Grevelingenmeer. De aanleg van de Brouwersdam is een goede oefening voor de bouw van de nog complexere Oosterscheldekering. Het te dichten ‘gat’ tussen Schouwen-Duiveland en Goeree-Overflakkee is 6.5 kilometer lang en om het te dichten worden zowel caissons als een kabelbaan gebruikt.
De Brouwersdam loopt vanaf Schouwen-Duiveland naar achtereenvolgens de zandplaten Middelplaat en Kabbelaarsplaat en van daaruit naar Goeree-Overflakkee. Omdat het water tussen de beide zandbanken heel smal en ondiep is wordt besloten van de twee zandbanken één zandbank te maken. Er blijven dan twee gaten over: een noordelijk en een zuidelijk.
Voor het sluiten van het noordelijke gat – van de Kabbelaarsplaat naar Goeree – worden caissons gebruikt. Er worden twaalf caissons van elk 68 meter lang, 18 meter breed en ruim 16 meter hoog gebouwd, plus nog twee ‘landhoofdcaissons’. Alle caissons hebben 12 openingen van elk 5 meter breed. Tijdens de sluiting stroomt het water daar doorheen.

Zand en steen
Als alle caissons eenmaal precies op de juiste plek liggen, worden ze afgezonken. Tijdens dood tij – als de stroming minimaal is – worden de openingen in de caissons met schuiven gesloten waarna de holle betonnen gevaartes worden opgevuld met zand en steen. Het noordelijke gat is dicht.
Om het zuidelijke gat – van de Middelplaat naar Schouwen te dichten worden uit gondels aan kabelbanen grote betonblokken in het water gestort, net zolang tot een ‘damlichaam’ van betonblokken ontstaat. In de zuidelijke geul worden 240.000 betonblokken van elk 2,5 ton zwaar gestort. De ruimte tussen de betonblokken wordt opgevuld met zand zodat er geen water meer door het damlichaam kan stromen.
Volledig afsluiten van de Grevelingen betekent dat water in het Grevelingenmeer van de ene op de andere dag stilstaat. Het wegvallen van het getij heeft verstrekkende gevolgen voor het ecosysteem. Kleine schelpdieren gaan binnen een paar dagen dood en planten die afhankelijk zijn van zout water leggen eveneens het loodje. Binnen een paar weken na de afsluiting drijven overal rottende planten en dieren.

Brouwersdam
Brouwersdam

Gras en graan
Slikken – buitendijkse kleigrond – drogen uit. Om verdere verdroging en verstuiving van de grond tegen te gaan worden grassen en granen gezaaid. Daarnaast worden van takken schermen gemaakt. Tegen die schermen vormen zich langzaam maar zeker duinen. De scholeksters zijn dan al uit het gebied verdwenen. Er komen kluten, strandplevieren, bontbekplevieren en dwergsterns voor terug. Zij gebruiken het schelpenrijke gebied als broedplek.
Later – als er meer planten groeien op de voormalige slikken – verandert de vogelpopulatie wederom. Nu vestigen zich er kievieten, tureluurs, grutto’s en leeuweriken. De Hompelvoet – een eiland in de Grevelingen – ontwikkelt zich met 3000 broedparen tot de grootste broedplaats voor grote sterns in het deltagebied.

Doorlaatsluis
Om verzoeting van het Grevelingenmeer tegen te gaan wordt in 1978 een doorlaatsluis in de dam gebouwd. De sluis bestaat uit twee betonnen kokers van elk 195 meter lengte en een even lange vissluis. Schollen kunnen nu vanuit het Grevelingenmeer weer ongehinderd naar de Noordzee zwemmen. De oester, die er leek te zijn uitgestorven, keert terug.