Haringvlietdam

Haringvlietdam (1956-1970)
De bouw van de 4,5 kilometer lange Haringvlietdam tussen Goeree-Overflakkee en Voorne-Putten begint in 1956. Voor de sluiting van het noordelijke gat in het Haringvliet wordt dezelfde techniek gebruikt als bij de aanleg van de Grevelingendam.
Via kabelbanen worden vanaf gondels grote betonblokken in het water gestort, net zolang tot een ‘damlichaam’ van betonblokken ontstaat. Daarvoor zijn ruim 100.0000 betonblokken van elk 2500 kilo nodig. Voor het zuidelijke gat volstaat het opspuiten van zand tot er een dijk ontstaat.
De Haringvlietdam heeft twee functies. In de eerste plaats moet de dam het achter liggende water en land beschermen tegen stormvloeden en ten tweede dient de dam Rijn- en Maaswater af te voeren naar de Noordzee. Daarom wordt niet gekozen voor een volledig dichte dam, maar voor een dam met spuisluizen. Ten behoeve van de scheepvaart wordt een schutsluis gebouwd.

Zeventien openingen
De spuisluizen krijgen zeventien openingen. Als de waterstanden in de buurt van Rotterdam te hoog dreigen te worden, kunnen de spuisluizen extra veel rivierwater in zee spuien. De schuiven in de openingen van de spuisluizen zijn elk 56 meter lang en 6 meter hoog. In elke opening komen twee van die schuiven: één aan de Noordzeekant en één aan de Haringvlietkant.
Voordat het Haringvliet wordt afgesloten is het een groot natuurgebied. Op de Scheelhoek – een klein eilandje in het Haringvliet – is jarenlang de grootste broedkolonie van kluten te vinden. In het riet langs de oevers zitten ‘s winters tienduizenden wilde ganzen. Door de aanleg van de Haringvlietdam wordt het Haringvliet een meer.
Gronden die normaal gesproken bij vloed onderwater verdwijnen, vallen nu droog en worden door boeren in gebruik genomen als landbouwgrond. Veel ganzen verliezen daardoor hun leefgebied en ook planten die afhankelijk zijn van zeewater gaan dood. Krabben en garnalen overleven de omslag van zout naar brak evenmin. Bot en spiering verdwijnen, baars en voorn nemen hun plaats in.

Haringvlietdam
Haringvlietdam

Tunnels
Om de natuur zoveel mogelijk te ontzien worden in een aantal openingen van de spuisluizen speciale tunnels gemaakt zodat vissen – zelfs als alle schuiven gesloten zijn – van het Haringvliet naar de Noordzee en vice versa kunnen zwemmen. Omdat trekvissen als zalm en forel ondanks deze maatregelen moeite blijven hebben met het bereiken van hun paaigebieden wordt in 2011 besloten de sluizen op een kier te zetten.
De trekvissen kunnen door de kieren passeren en achter de sluizen ontstaat een natuurlijke overgang tussen zout zeewater en zoet rivierwater. Dat betekent echter ook dat het westelijk deel van het Haringvliet zouter wordt. De sluizen worden pas in 2018 op een kier gezet.
Tot die tijd werkt de overheid aan compenserende maatregelen. Er komt een zoetwatertracé voor zowel Voorne-Putten als Goeree-Overflakkee. Om klanten op Goeree-Overflakkee en Schouwen-Duiveland van goed drinkwater te voorzien wint Evides Waterbedrijf oppervlaktewater uit het Haringvliet en zorgt ervoor dat het gezuiverd wordt.