Hulp

Urker vissers
Een van de eersten die na het horen van de berichten in actie komen zijn vissers uit Urk. Een aantal schepen van hun vloot ligt voor anker in Breskens. Bij de eerste radioberichten over de watersnoodramp reizen ze zondag 1 februari per bus naar Breskens en varen nog diezelfde avond – terwijl de storm nog steeds in alle hevigheid woedt – naar het overstroomde land van Schouwen-Duiveland en Goeree-Overflakkee.
De Urker vissers leggen contact met Radio Scheveningen en lichten Rijkswaterstaat, de marine en het Rode Kruis in. Met kleine bootjes trekken de mannen, al snel in gezelschap van vissers uit Zierikzee en Yerseke, door de gaten in de dijk en bevrijden mensen van daken.

Maandagmiddag vliegt het eerste verkenningsvliegtuig over Schouwen-Duiveland en bij Sommelsdijk op Goeree-Overflakkee worden de eerste hulpgoederen gedropt. Maandagavond houdt toenmalig minister-president Drees een radiorede. Op donderdag 5 februari is iedereen geëvacueerd en in veiligheid gebracht. Op 8 februari – dag van nationale rouw – houdt Koningin Juliana een toespraak.

Veldkeukens
Landmacht, marine en luchtmacht proberen uit alle macht te redden wat er te redden valt. Terwijl de marine met sloepen mensen evacueert en lijken uit het water haalt, richten mensen van de landmacht in snel tempo noodhospitalen en veldkeukens in. De verbindingsdienst van de landmacht is 24 uur per dag in de weer om contact te leggen met de meest afgelegen plaatsen.
De militairen worden per eiland verdeeld. De artilleristen nemen Tholen onder hun hoede, mensen van de genietroepen schieten Goeree-Overflakkee te hulp en commando’s gaan aan de slag op Schouwen-Duiveland. Reservisten worden ingezet om mensen bescherming te bieden tegen mogelijke plunderaars. Alleen al op zondag 1 februari worden meer dan 4000 militairen ingezet.
De aanvoer van levensmiddelen, medicamenten en reddingmaterialen gebeurt door de lucht. Naast de enige Nederlandse militaire helikopter op dat moment – de Sikorsky S-51 ‘Jezebel’ – komen ook vliegtuigen van luchtmacht en marine in actie. De vliegbases Gilze-Rijen, Valkenburg en Woensdrecht worden in allerijl opengesteld voor vliegtuigen en helikopters uit Amerika, Engeland, Zwitserland, België en Frankrijk. Uiteindelijk telt de luchtvloot 200 vliegtuigen en 46 helikopters.

Hulp militairen Watersnoodramp
Hulp militairen

Hulpverleners diep onder indruk
In de Legerkoerier van 1953: ,,Het gedeelte van Zuid-Beveland dat wij het eerst bereikten geleek een oase in de woestijn. Groen gras, kanalen en sloten, mensen en dieren, enfin leven. Tot aan de spoorlijn die als speelgoed in elkaar is gedrukt, telegraafpalen erover gesmakt als lucifershoutjes. Daarna water en hier en daar een kapotte dijk.’’
,,Wij vlogen terug. Dwars over Zeeland, Pernis, lichten, vol bedrijf en…geen water. De maan kwam op, tenminste dat zei men. Wij zagen het niet en bemerkten amper onze landing op Valkenburg. Omdat wij Zeeland en de Zuid-Hollandse eilanden hadden gezien. Het was er zo rustig en het leek zo vredig, maar wij wisten dat dit schijn was. Diep onder de indruk stapten wij uit het vliegtuig.’’

Kleding en bedden
In de gebieden die grenzen aan het rampgebied worden scholen en gemeenschapshuizen gereed gemaakt om evacués op te vangen. Het Rode Kruis verzamelt kleding, bedden en medicijnen voor de slachtoffers die alles verloren hebben. Het Nationaal Rampenfonds zamelt onder leiding van Prins Bernhard geld in. Dat levert uiteindelijk 137,8 miljoen gulden op, een gigantisch bedrag voor die tijd.
Dat geld wordt onder meer gebruikt voor het vergoeden van ‘huisraadschade’ en weduwen- en wezenuitkeringen. Hoe het geld precies besteed moet worden is nog niet zo eenvoudig. Moet iedere getroffene hetzelfde bedrag krijgen of niet? Sommige burgemeesters zijn bang voor verkwisting. Uiteindelijk wordt besloten dat schadevergoedingen in vijf klassen worden ingedeeld en dat de vergoedingen contant worden uitgekeerd.
De schade wordt vastgesteld door enquêteurs. Dat loopt niet altijd even soepel. Sommige mensen klagen dat beschadigde spullen toch door de enquêteurs als ‘deugdelijk’ worden aangemerkt en dus niet worden vergoed. Er zijn ook mensen die vinden dat er te ruimhartig beoordeeld is. Een gezin dat bij de watersnoodramp alles is kwijtgeraakt krijgt een schadevergoeding van gemiddeld zesduizend gulden.

Hulp Watersnoodramp
Hulp Watersnoodramp

Schoonmaak
Als het water in de overstroomde gebieden gezakt is wordt pas echt duidelijk hoe groot de ravage is. Overal liggen wrakhout en puin van ingestorte woningen en de huizen die zijn blijven staan zitten vaak tot een hoogte van 1.80 of meer vol modder. De Nederlandse Federatie voor Vrouwelijke Vrijwilligers stroopt de mouwen op voor de schoonmaak. Overal uit Nederland komen vrijwilligers. Ze worden in ‘slik- en sopploegen’ ingedeeld.
Andere groepen vrouwen vormen kookploegen om de schoonmakers te ondersteunen en in de zomer komen groepen padvinders en leerlingen van huishoudscholen meehelpen met opruimen. Ook buitenlandse studenten schieten te hulp. Het akeligste werk wordt gedaan door de kadaver- en lijkenploegen. Die ruimen dode dieren op en proberen zoveel mogelijk stoffelijke overschotten van mensen te identificeren.

Geschenkwoningen
Ook uit het buitenland komt hulp. Uit alle windstreken komen hulpgoederen, voedsel, menskracht en geld. Bijzonder is een gift uit Noorwegen, Zweden en Denemarken. Zij sturen houten prefabwoningen. Een groot deel van deze woningen is nog steeds bewoond. Duitsland stuurt 200 knuffels, speelgoed en chocolade. Uit Italië komen 10 schrijfmachines, 10 buitenboordmotoren, 2500 plaids en 415 stuks speelgoed van plastic.
Heel anders zijn de hulpgoederen uit Liechtenstein: 364 kilo aardappelen. Oostenrijk stuurt 6 kisten thermosflessen, 75.000 kilo Portland cement en 13 kisten chocolade en suikerwerk. Uit Zwitserland komen 3000 zakdoeken en 1000 kussens en matrassen. Het Zwitserse Jeugd Rode Kruis schenkt 2400 schooltassen. Deze worden uitgedeeld aan leerlingen in Nieuw-Vossemeer, Stavenisse, Middelharnis en Zierikzee.
Uit Algiers komen levensmiddelen en Zuid-Afrika stuurt 180 flessen Port. Indonesië draagt 2000 zandzakken bij en de Rode Halvemaan schenkt 9000 kilo rijst. Israël stuurt 49 brilmonturen en 6500 kisten sinaasappelen. Uit Suriname komen 10 ton suiker en 75 balen kokosnoten en Turkije stuurt dekens. Uit Nieuw-Zeeland komt schoeisel en uit Jamaica ruim 1000 kilo koffie. Amerika en Canada sturen goederen ter waarde van miljoenen guldens.

Geschenkwoningen
Geschenkwoningen